Een paar weken geleden sprak een televisieregisseur zijn ongerustheid uit over een bedenkelijke, oppressieve mentaliteit die hij in Vlaanderen ontwaart. twee bekende stand-up comedians hadden ook al hun bedenkingen op dit vlak geuit. In dezelfde periode had een hoofdredacteur van een belangrijke Vlaamse krant het over censuur.

Het zou ons kunnen verblijden mochten deze lieden het gehad hebben over incidenten in verband met de persvrijheid, of het verdwijnen van kritische journalistiek onder druk van de commercie.

Daar had het helaas niets mee te maken. De grote woorden waren bovengehaald als reactie op wat dan steevast de ‘Joodse overgevoeligheid’ wordt genoemd.

Overgevoelig zijn de Joden inderdaad en volgens mij terecht als zij zien hoezeer de oppervlakkige onbenulligheid het steeds meer haalt van kennis en cultuur.

Een BV zegt in een interview dat hij toch niet begrijpt hoe die Joden zich zo laten doen hebben. Zijn grootvader had een geweer en zou ermee in zijn handen gestorven zijn, liever dan zich over te geven. Dergelijke onzin komt kritiekloos in een massapublicatie, zonder dat de journalist blijk gaf te weten hoe het eraan toeging bij razzia’s en pogroms. Maar historische kennis is allang ondergesneeuwd in Vlaanderen, waar het amusement alles domineert. De televisieregisseur die een satirisch item monteerde waarin dansende orthodoxe Joden als komisch element werden opgevoerd, scheen zich geen rekenschap te geven dat de nazi’s net op dezelfde manier de spot dreven met orthodoxe Joden.

Net zomin als iemand problemen had binnen de ploeg redacteurs van een kookprogramma dat wekenlang werkte aan een aflevering over het overigens volledig verzonnen lievelingsgerecht van Adolf Hitler. Niet één redacteur, researcher, producent of directeur had zich blijkbaar tegen dit slechte idee verzet. Intussen was er ook in de Vlaamse pers een advertentie verschenen waarin een VRt-presentator in een gay-versie van de führer werd opgevoerd. Ook die advertentie had een lange weg afgelegd doorheen de hiërarchie van de openbare omroep. Niet één stem had tegen zoveel wansmakelijkheid gewaarschuwd.

En telkens weer werden de Joodse reactie als ‘overgevoeligheid’ bestempeld. Maar de verantwoordelijken voor al die smakeloze ‘satire’ kunnen op verbazend veel begrip rekenen. Eén komiek, die zich had laten kennen door bepaald bedenkelijke grappen, mocht zelfs Humo’s Pop Poll presenteren. De VRt bleef zijn grappen herhaaldelijk uitzenden. tot in de Amerikaanse pers werd hierover verontwaardigd gereageerd. Maar de Vlaamse pers kon niets anders zeggen dan dat ‘de Joden weer kwaad waren’. . .

Zouden de media zich niet beter zorgen beginnen te maken over wat blijkbaar de norm geworden is: de ongevoeligheid van heel wat Vlamingen over antisemitisme en vooral hun gebrek aan een doorleefde kennis van wat de Holocaust precies geweest is? Ik vrees, waarde toehoorders, dat we beland zijn in een tijdvak waar voor vele mensen de Holocaust niets meer is dan een historische gebeurtenis, zoals er zoveel zijn en waarover ze eigenlijk zeer weinig weten. Hoe verder de Holocaust verdwijnt in het verleden, hoe minder sterk de banden met het heden worden. En hoe gemakkelijker het wordt om de Jodenvervolging te relativeren en te verwarren met hedendaagse internationale politieke problemen in het Midden-Oosten bijvoorbeeld.

Misschien zien we nu de gevolgen van een onderwijs waar geschiedenis tot een onbelangrijk bijvak is gedegradeerd en de evolutie van televisiezenders die zichzelf niet meer zien als dragers van cultuur, maar in hun zucht naar kwantitatief succes de ambitie van kwaliteit definitief vergeten lijken te zijn.

Ook voor mij is de Holocaust lang niets meer geweest dan een historisch feit. Ik was me wel bewust van het Joodse lijden in de concentratiekampen, maar mijn kennis van de Holocaust beperkte zich tot wat men van een jong historicus verwachten mag.

Het is hier in deze ruimte dat mij duidelijk is geworden wat de Holocaust werkelijk geweest is. Hier had ik voorrecht een aantal Joodse overlevenden van de vernietigingkampen lang te mogen interviewen voor mijn documentaire ‘De Laatste Getuigen’.

Ik durf zonder enige overdrijving zeggen dat ik door te luisteren naar Nathan Ramet, de gebroeders Fink, Emile Vos, Fanny Birkenwalt en Tobias Schiff een ander, en hopelijk beter mens geworden ben. Ik zal er hen en hun nagedachtenis mijn leven lang erkentelijk voor zijn.

En ja, sinds die dagen, dat ik uren mocht luisteren naar hun getuigenissen, ben ik ook overgevoelig geworden voor smakeloze satire die zijn antisemitische naam niet wil zeggen.

Ik durf de hoop uitspreken dat de verschillende overheden van dit land een educatieve inspanning zouden doen om er voor te zorgen dat de realiteit van de Holocaust een blijvende plaats krijgt in het Belgische bewustzijn.

terug